Freedom of Expression / Vrijheid van Uitdrukking

as long as it is politic correct, naturally

In 1986 the Dutch writer W.F. Hermans was declared ‘persona non grata’ by the city council of Amsterdam and banned as an artist because of his literary visit to South Africa three years earlier.

uiteraard zolang als deze politiek correct is

In 1986 werd de bekende schrijver W.F. Hermans door de gemeente Amsterdam als ‘persona non grata’ bestempeld en als kunstenaar ‘verbannen’ uit Amsterdam vanwege zijn literair bezoek drie jaar eerder aan Zuid-Afrika.


On 29 March 1986 a meeting took place in a hotel in Kedichem (the Netherlands) of members of the Center Party (CP86) and the Center Democrats (CD) by Hans Janmaat. Both political parties were usually referred to as the extreme right. A few hundred protesting activists threw in a number of smoke bombs. One of them remained hanging in a curtain, causing the hotel to catch fire. Hans Janmaat’s girlfriend (also his secretary, later member of parliament) Wil Schuurman was seriously injured, causing her leg to be amputated. The Hotel burned to the ground. In the end, nobody was convicted.

In the beginning of 2000 someone dared to call our queen on a web forum a “Teutoonse Teef” (a Teutonic bitch) and was therefore convicted to a fine for insulting a member of the royal family.

While Japanese emperor Akihito visited our country in May 2000, protesters of the Foundation for Japanese Debts of Honor (JES) carrying signs like ‘Pay your Debts’ were prevented from expressing themselves towards the royal and imperial parade.

On Liberation Day in 2001 neighboring people on the Amstel were forced to remove a banner with the text ‘Remember also the deaths of Zorreguieta‘ because queen Beatrix and her retinue were visiting there an open-air concert.

After the murder of a Dutch girl an emotional involved person expressed itself in public in the second half of 1999 and also through a letter in the local newspaper on a rather violent and unfounded manner ‘intentional on an offensive way towards a group of people . . . . . . especially asylum seekers’ of a nearby center, therefore in June 2000 convicted and fined for f.1500,-. of which f.1000,-. suspended. It turned out the offender came from their own autochthon neighborhood.

The so-called Black Widow, mrs Rost van Tonningen, was convicted in 1992 to pay a fine of five thousand guilder for publishing a book containing her memories because they would ‘contain insulting passages for the Jews’. This is not verifiable as the publication of this book could only hold out for 6 days on the ‘Dutch’ web in October 1999.

The complaint against the writer of the column “Een Amsterdamse orgie” on August 1998 in the daily newspaper De Volkskrant was dismissed for he “was not aware that he spoke about homosexuals in general in an offensive way”: he criticized the vulgar exhibitionism of the participants during the Gay Games and made a connection with “the advance of a decadent, hedonistic culture in which the shameless pursuing of sexual organs is the highest good” and “child-porno in the Dutch town of Zandvoort”.

Yes, you must be extremely careful expressing your opinion, for article 137c of the Dutch Criminal Code is, translated: ‘A person who publicly, either orally or in writing or by image, intentionally makes a defamatory statement about a group of persons on the grounds of their race, religion or personal beliefs, or their hetero- or homosexual orientation, is liable to a term of imprisonment of not more than one year or a fine of the third category.’ (max.€458) Read the (mostly in Dutch written) articles 137d, 137e, 137f, 137g, 261, 266, 429bis, 429quater and, for our interpretation of the term ‘discrimination’, 90quater in the Criminal Code of our country. We may have a great sounding article seven in the Constitution of the Kingdom of the Netherlands, but that only means that we do not have to ask permission from our government in advance to express ourselves. With the above mentioned articles of our official Criminal Code there can easily be successful prosecuted and punished.

And there is always the possibility waking up the “sleeping” articles 147 and 147a to tape closed people mouth. These two articles of the law were in 1932 created by the then Justice Minister Jan Donner to stop the in those days increasing antisemitism. Since the acquittal of Gerard Reve in 1968 by the High Council convictions these two articles are rarely used, but they are still in use for threatening with. The recent development (such as the death of Theo van Gogh) have increased the tensions between non-Muslims and Muslims greatly. In order to relax the atmosphere the current Minister of Justice Piet Hein Donner (coincidentally grandson of aforementioned Jan Donner) shall examine whether the two articles of law need to be in operation again. Many people are opposed and some of them even want that the two articles are going to be deleted entirely from our Constitution. In addition to the Dutch fundamental rights we have also to deal with those of the United Europe. Read also articles 9 and 10 of the ECHR (European Convention on human rights).

The description of discrimination (see article 90quater) in our Criminal Code suggests that not only discrimination itself (like refusal of services because of race etc.) is punishable by Dutch law, but it counts also for the verbal and written expressions. Because of this last part, this article has an extremely negative effect on our freedom of speech. Especially considering the strong actions lately to enforce this interpretation of the law. So it may be wise start making a distinction between the terms executive and abusive (in Dutch: belediging) discrimination. And just call it discrilediging.

To protect main members of the Dutch Royal Family against insults and other types of unwanted expressions directed towards them by subjects or protesters, there is more than enough legal provision in our Court of Law, such as the articles 111 and 112 of our Criminal Code. To protect in the same way heads of foreign friendly states, see articles 118 and 119.

And so it goes with our personal freedom in this constitutional monarchy: when the facts are incriminating, it is over with our freedom of speech.


uiteraard zolang als deze politiek correct is

In 1986 werd de bekende schrijver W.F. Hermans door de gemeente Amsterdam als ‘persona non grata’ bestempeld en als kunstenaar ‘verbannen’ uit Amsterdam vanwege zijn literair bezoek drie jaar eerder aan Zuid-Afrika.

Op 29 maart 1986 vond er in een hotel in Kedichem een bijeenkomst plaats van leden van de Centrumpartij (CP86) en de Centrum Democraten (CD) van Hans Janmaat. Beide politieke partijen werden meestal als extreemrechts aangeduid. Enige honderden protesterende actievoerders smeten een aantal rookbommen naar binnen. Een daarvan bleef in een gordijn hangen, waardoor het hotel in brand vloog. Hans Janmaat’s vriendin (tevens zijn secretaresse, later Tweede Kamerlid) Wil Schuurman werd ernstig gewond, waardoor haar been geamputeerd moest worden. Het Hotel brandde tot de grond toe af. Uiteindelijk werd er niemand veroordeeld.

Iemand waagde het begin 2000 onze koningin op een webforum een Teutoonse Teef te noemen en werd hiervoor prompt veroordeeld tot een geldboete wegens het beledigen van een lid van het koninklijk huis.

Bij het bezoek van de Japanse keizer Akihito in mei 2000 aan ons land werden demonstranten van de Stichting Japanse Ereschulden (JES) met tekstborden als ‘Pay your Debts’ verhinderd zich aan de koning- en keizerlijke stoet te vertonen.

In 2001 werden op Bevrijdingsdag omwonenden aan de Amstel gedwongen een spandoek met als tekst ‘Herdenk ook de doden van Zorreguieta‘ te verwijderen omdat de koningin met haar gevolg daar een openluchtconcert ging bezoeken.

Naar aanleiding van de moord op een Fries meisje in 1999 heeft een hevig emotioneel betrokkene in de 2e helft van 1999 in het openbaar en via een ingezonden brief in het plaatselijk dagblad zich fel maar ongefundeerd ‘opzettelijk beledigend uitgelaten over een groep mensen . . . . . . en in het bijzonder asielzoekers’ van een nabijgelegen asielzoekerscentrum en in 2000 veroordeeld tot een boete van f.1500,-. waarvan f.1000,-. voorwaardelijk door de rechtbank van Leeuwarden. En niet ter zake: achteraf bleek de dader uit de autochtone buurt te komen.

De Zwarte Weduwe, Rost van Tonningen, werd in 1992 veroordeeld tot een boete van f.5000,-. vanwege het publiceren van haar memoires in boekvorm omdat deze ‘voor joden beledigende passages zouden bevatten’. Dit is niet te verifiëren doordat publicatie van dit boek slechts 6 dagen stand hield op het ‘Hollandse’ web in oktober 1999.

De klacht tegen de schrijver van de column Een Amsterdamse orgie op augustus 1998 in de Volkskrant werd geseponeerd omdat hij “zich er niet van bewust was dat hij zich beledigend over homo’s in het algemeen” had uitgelaten: hij hekelde het platte exhibitionisme van de deelnemers tijdens de Gay Games en legde vervolgens verband tussen “het oprukken van een decadente, hedonistische cultuur waarin het schaamteloos achternalopen van je geslachtsorgaan het hoogste goed is” en “kinderporno in Zandvoort”.

Ja, je moet hier ontzettend voorzichtig zijn wil je je mening uiten aangezien men artikel 137c van het Strafrecht graag wil toepassen: ‘Hij die zich in het openbaar, mondeling of bij geschrift of afbeelding, opzettelijk beledigend uitlaat over een groep mensen wegens hun ras, hun godsdienst of levensovertuiging of hun hetero- of homoseksuele gerichtheid, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste een jaar of geldboete van de derde categorie’ Lees ook eens de artikelen 137d, 137e, 137f, 137g, 261, 266, 429bis, 429quater en, voor uitleg van het begrip discriminatie, 90quater van het Wetboek van Strafrecht van de Nederlandse Staat. We mogen dan een heel aardig klinkend artikel zeven in onze Grondwet van Nederland hebben staan, waardoor men geen toestemming vooraf hoeft te vragen om zich uit te drukken, maar met bovengenoemde artikelen van ons officiële Wetboek van Strafrecht kan achteraf toch makkelijk worden geprocedeerd en ook gestraft.

En anders zijn er altijd nog de artikelen 147 en 147a uit de kast te halen, af te stoffen om men de mond te snoeren. Deze twee wetsartikelen zijn in 1932 door de toenmalige minister van Justitie Jan Donner in het leven geroepen om het indertijd toenemende antisemitisme een halt toe te roepen. Sinds de vrijspraak van Gerard Reve in 1968 door de Hoge Raad komen veroordelingen op grond van deze twee artikelen zelden voor, maar ermee dreigen doet men nog steeds. De recente ontwikkelen (zoals de dood van Theo van Gogh) hebben de spanningen tussen niet-moslims en moslims sterk doen opgelopen. Om de gemoederen te sussen wil de huidige minister van Justitie Piet Hein Donner (toevallig kleinzoon van voornoemde Jan Donner) onderzoeken of de twee wetsartikelen wederom in werking gesteld moeten worden. Velen zijn erop tegen en een aantal van hen willen zelfs dat de twee wetsartikelen geheel uit onze grondwet geschrapt gaan worden. Naast de Nederlandse grondrechten krijgen we nu ook te maken met die van het Verenigd Europa. Lees ook de artikelen 9 en 10 van EVRM (het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens).

De wettelijke omschrijving van discriminatie (lees artikel 90quater) suggereert dat niet alleen het discrimineren zelf (zoals het weigeren van bepaalde diensten aan personen vanwege ras etc.) strafbaar is, maar ook dat het uitdrukken ervan in woord of schrift strafbaar is. Vooral doordat de afgelopen tijd deze laatsten tamelijk fel worden gehandhaafd, heeft deze wet verregaande gevolgen op onze vrijheid van meningsuiting. Het wordt tijd wettelijk onderscheid te maken tussen uitvoerende en beledigende discriminatie. Zoals onze soft- en harddrugs. Noem het voor mij part discrilediging.

Om de leden van ons Nederlandse Koninklijk Huis te beschermen tegen allerlei aan hen gerichte beledigingen of anderszins ongewenste uitdrukkingen, zijn in het Wetboek van Strafrecht ruim voldoende wetsbepalingen opgenomen, zoals de artikelen 111 en 112 van ons Wetboek van Strafrecht. En wanneer het andere, bevriende staatshoofden betreft, de artikelen 118 en 119.

Zo staat het met onze persoonlijke vrijheden in onze constitutionele monarchie: als de feiten beledigend zijn, is het gedaan met onze vrijheid van meningsuiting.